Vergane glorie: Stade du Crossing

Stade du Crossing

Schaarbeek is een rare eend in de bijt in het Brussels Hoofdstedelijk gewest. In bepaalde gedeeltes staan kolossale huizen, omringd door indrukwekkende parken, terwijl een kilometer verderop de verpaupering toeslaat. In deze entourage ligt de vergane glorie van de inmiddels failliete voetbalclub Crossing Schaerbeek; Het nog steeds intacte, maar bouwvallige, stadion Stade du Crossing.

De Ezels uit Schaarbeek

Het stadion ligt omringd door Josaphatpark en enkele Engels aandoende huizen. De weg naar het stadion is haast idyllisch te noemen; de hoge huizen, bestaand uit rood baksteen en met een typische bouwstijl, voeren je weg naar een Engelse sfeer. Terwijl je door de straten naar het stadion loopt, verraden de Turkse bakkers, de belwinkels en de groepen jongeren dat je niet in Engeland, maar in Brussel bent. Door de straten waar ik hebben bijvoorbeeld Georges Grün en Emilio Ferrera hun voetbalkunsten geleerd, zal de bekende racer Camille Jenatzy met zijn autootjes gespeeld hebben en heeft de voormalig president van Frankrijk, Paul Deschanel, lopen te ravotten.
Schaarbeek heeft ook een boeiend geschiedverhaal. Tot enkele eeuwen geleden was Schaarbeek namelijk een rijk en landelijk gebied, waar veel kersenbomen stonden. De Schaarbekers hadden afgedwongen dat zij het alleenrecht hadden om in Brussel kersen te verkopen. Aangezien het Kriekbier een bierbrouwsel was dat gretig aftrek vond in het Brusselse, was de vraag naar Schaarbeekse kersen gigantisch. Aangezien de mens lui is, en de hoeveelheden te zwaar waren om door mensen te laten dragen, werden de kisten met kersen op de ezels geladen en was er een dagelijkse exodus van ezels naar de Brusselse brouwerijen. De mensen uit Brussel vonden de stoet maar vermakelijk en al snel werden de mensen uit Schaarbeek de ‘ezels uit Schaarbeek’ genoemd. De Schaarbekers namen deze naam over en gingen ‘De ezels’ als geuzennaam voeren. Tegenwoordig staat Schaarbeek nog steeds bekend als Ezelgemeente.

Schaarbeekse fusieclubs

Deze kleine dingen zie je nog steeds in Schaarbeek terug. Ezeltjes onder de huisnummers, ezelafbeeldingen in winkels en cafés en zelfs een ezel in het wapen van Crossing Schaerbeek. Crossing Schaerbeek was een roemruchtige club uit de vorige eeuw, die uit diverse fusies is ontstaan. In 1969 promoveerde Crossing Molenbeek naar de Belgische eerste klasse, maar trok in die tijd bar weinig supporters. De huidige locatie ‘De Sippelberg’ voldeed niet meer en de directe concurrent Daring Molenbeek trok alle mensen uit Molenbeek. Crossing Molenbeek besloot gesprekken aan te gaan met de club Royal Cercle du Sportif Schaerbeek om een fusie te realiseren. De licentie voor de eerste klasse en de spelers van Crossing Molenbeek, in combinatie met het prachtige stadion en de aanhang van Schaerbeek, was een win-win situatie voor beide clubs. De fusie was binnen no-time beklonken en datzelfde seizoen trad Crossing Schaerbeek in de Belgische eerste klasse aan.

De besturen van beide clubs hadden gelukkig historisch besef en, in tegenstelling tot andere fusieclubs, besloten zij het verleden van Schaarbeek in de club te betrekken. De kleuren groen en wit van de club werden ontleent van de stadskleuren en de historische ezel werd in het wapen van de club verwerkt. Supportersgroeperingen van beide clubs konden zich identificeren met deze uitingen en sloten de nieuwe club, die al snel de bijnaam ‘De Ezels’ kreeg, in hun armen.

Hooggespannen verwachtingen

De verwachting waren hoog gespannen rondom de fusieclub, mede omdat de befaamde ex-voetballer Josef Masopust als trainer aangesteld werd. Het plan van de fusie slaagde gedeeltelijk; er kwamen meer mensen, maar iedere week een uitverkocht huis lukte niet. Voor de wedstrijden tegen topclubs als Standard Liège, Club Brugge en stadsgenoot Anderlecht wilden de Schaarbekers graag komen, maar in andere wedstrijden zat het stadion soms niet eens halfvol. Dat had ook weerslag op het team, want een volgepakt Stade du Crossing zorgde voor een heel intimiderende ambiance waarin Crossing regelmatig kon stunten. Het was niet voor niets dat de Belgische televisiezender RTBF het Stade de Crossing uitkoos om zijn eerste live wedstrijd in kleur uit te zenden. De wedstrijd was tegen Standard en een vol stadion zag Crossing met 3-1 winnen. Sowieso moest Crossing het van zijn thuiswedstrijden hebben, want ook Anderlecht kon er niet winnen. Uit werd er slechts een wedstrijd gewonnen door Crossing; uitgerekend bij de kampioen Standard Liège. Crossing was de enige club die dat jaar twee keer van Standard won. Mede door deze overwinningen wist Crossing Schaarbeek zich nipt te handhaven in de hoogste klasse.

Bergafwaarts en een laatste hoogtepunt

Ondanks dat het seizoen erop Georges Leekens de gelederen kwam versterken, ging het helaas berg afwaarts met de club. In 1973 degradeerde de club naar de tweede klasse, samen met het roemruchtige Union St. Gilles, om vervolgens enkele jaren nadien naar de vierde klasse af te zakken. De club blonk uit in een amateuristische organisatie, slecht voetbal en slechts 1000 fans wisten hun weg naar Stade du Crossing te vinden. Dat seizoen kwam echter de ouverture van Crossing Schaarbeek, toen voor de beker tegen Standard Liège geloot werd. De 15000 beschikbare kaarten waren in een dag uitverkocht en Schaarbeek laadde zich op voor de topwedstrijd tegen Standard. In een zinderende ambiance vochten De Ezels als leeuwen en Standard wist nipt met 0-1 te winnen. Het was gelijk het laatste hoogtepunt in het bestaan van Crossing Schaerbeek. Geteisterd door een naderend faillissement moest de club Stade de Crossing verlaten en verhuisde men naar Elewijt. Men fuseerde daar met de plaatselijk club. Tegenwoordig speelt de fusieclub Crossing Elewijt geen rol van betekenis in de allerlaatste amateurklasse van België.

Bob Dylan en FC Kosova

Stade du Crossing kende echter nog 1 hoogtepunt; in 1984 besloot Bob Dylan in het sfeervolle stadion op te treden. Vanaf dat moment werd het stadion vergeten en sloeg de tijd er toe. Tegenwoordig speelt de amateurclub FC Kosova Schaerbeek zijn thuiswedstrijden in Stade du Crossing. Tussen het betonrot van de tribunes, het onkruid en de van het dak afvallende stukken voetballen amateurspelers op het veld waar eens de grote voetballers van België streden. Het stadion is gevaarlijk. De kleedkamers onder de tribunes mogen niet meer gebruikt worden vanwege instortingsgevaar, bepaalde tribunegedeeltes mogen niet meer betreden worden vanwege betonrot en de zittribune aan de korte zijde is daarnaast ook niet meer toegankelijk vanwege een instabiel fundament en instortingsgevaar van het dak.

Toekomstplannen voor het stadion

De toekomstplannen voor het roemruchtige stadion zien het somber uit. Renovatie koste naar schatting 23 miljoen Euro en er zijn plannen om op de locatie van het stadion enkele voetbalvelden aan te leggen. Het stadion ligt er plompverloren bij, tussen de huizen en het park, en is decor van de kunsten van Kosova Schaerbeek. De stadionlampen staan er nog fier, maar wachten op wat komen gaat. Slechts de bushalte voor het stadion herinnert aan het roemruchtige verleden; Crossing Schaerbeek.

Wat er van de toekomstplannen is gekomen

Aanvulling augustus 2014: In dit artikel uit 2009 werd de vrees uitgesproken dat het stadion waarschijnlijk gesloopt zou worden. Gelukkig is dit niet gebeurd. Een architect heeft in 2010 een voorstel voor de complete renovatie van het stadion ingediend, wat door de diverse lokale overheden is goedgekeurd. Zo is de hoge zittribune achter een van de goals behouden gebleven en gemoderniseerd. Aan de twee lange zijdes staan tribunes en achter de andere korte zijde is de staantribune afgebroken.  De architect heeft met gevoel voor het verleden en het oude stadion de renovatie uit laten voeren. Waar veel architecten nietszeggende schoenendozen en mega-hallen neerplempen, is het nieuwe stadion een prachtige ode aan het oude Stade du Crossing. Mijn complimenten aan de architect!

Bronnen en foto’s

Hieronder een galerie van het oude stadion:

Copyright 2003 - 2018 by Martijn Mureau, all rights reserved. For use of this website, please refer to the pro-claimer