Vergane glorie: Het Drielindenstadion in Brussel

Drielindenstadion

In 2007 toog ik er samen met enkele vrienden op uit om wat stadions in België te bezoeken. Een van die stadions was het Drielindenstadion (Stade des Trois Tilleuls) in de Brusselse wijk Watermaal-Bosvoorde. Het stadion is een juweeltje, maar ook gelijk een kil stadion. Middenin de ambassadewijk van Brussel verwacht je namelijk niet een stadion dat plaats biedt aan 40.000 mensen en dat daarmee op de tweede plaats van grootste stadions in België staat. Daarnaast is het Drielindenstadion ook een eenzaam stadion, dat slecht sporadisch gebruikt is.

Bouw en naamgeving van het Drielindenstadion

De geschiedenis van het Drielindenstadion begint in de jaren ‘40 van de vorige eeuw. De inmiddels ter ziele gegaande club Racing Brussel was redelijk succesvol in de Belgische eerste klasse en het toenmalige stadion in Ukkel werd te klein geacht. Toen de club, die uit een atletiekafdeling en een voetbalafdeling bestond, ook nog eens in de top van de eerste klasse eindigde, sloeg de grootheidswaanzin toe en besloot het bestuur om een stadion te bouwen in Watermaal-Bosvoorde. In 1946, toen Racing Brussel 50 jaar bestond en daarmee het predicaat Royal mocht voeren, begon de bouw van het indrukwekkende stadion, dat na een kleine 2 jaar werd opgeleverd. De naam van het stadion was snel gevonden. Een kleine 300 meter van het stadion bevond zich een zevensprong van wegen, waar in het midden een rotonde bevond met drie lindebomen. Aangezien de weg tussen deze rotonde en het stadion als de belangrijkste aanvoerweg gezien werd, lag de naam ‘Het Drielindenstadion’ (of Stade des Trois Tilleuls, op zijn Frans) voor de hand. Op de betreffende rotonde (waar onder andere de wegen ‘Valkerijlaan’, ‘Berenshelde’ en ‘Ortolanenlaan’ samenkomen) staan momenteel echter nog maar twee lindebomen, de derde lindeboom is in de jaren ’70 van de vorige eeuw afgestorven.

1948: Opening van het stadion en hoge verwachtingen

De feestelijke opening van het Drielindenstadion vond plaats op 11 november 1948, toen Royal Racing Brussel tegen een van de beste ploegen van de wereld speelde; Torino AC. Brussel liep uit voor deze match en 40.000 mensen zagen dat Torino met 0-3 won. De wedstrijd tegen Torino luidde echter ook de teloorgang van het stadion en de club Racing Brussel in. Waar het bestuur een gouden toekomst zag, bracht de werkelijkheid iets heel anders.

De teloorgang van Racing Brussel

De voetbaltak van Racing Brussel speelde geen hoofdrol meer in België en degradeerde zelfs naar de tweede klasse. In 1954 verkeerde Racing Brussel zelfs in financiële problemen en kon de maandelijkse betaling van het stadion niet meer betalen. Hiermee moest de club noodgedwongen het complex verlaten en werd het stadion eigendom van de gemeente Brussel. De gemeente Brussel stelde het huidige Koning Boudewijnstadion ter beschikking, maar de club speelde voor veelal lege tribunes. De degradatie naar de derde klasse in 1961 bracht de definitieve klap voor Royal Racing Brussel en in 1961 fuseerde de club met White Star.De fusie zorgde er echter voor dat de atletiektak van Royal Racing Brussel zich afsplitste van de fusieclub en zijn eigen gang ging. De club keerde zelfs terug naar het Drielindenstadion, waar het momenteel nog steeds haar leden laat trainen. Daarnaast speelt de amateurclub RRC Boitsfort haar thuiswedstrijden in het Drielindenstadion.

Een aardig stadion

Zoals eerder gezegd, is het Drielindenstadion is vrij bizar en is ook makkelijk te bezoeken. Je kunt je auto het beste parkeren aan de Nimfenlaan en daar de geopende poort nemen (mocht deze poort dicht zijn, op de kruising Najadenlaan en Vestatenlaan zit een gat in het hek en een poort die altijd open is) dan is de entree indrukwekkend. De kan de bosjes doorschieten en ineens sta je onder een dak van bladeren naar een stadion te kijken dat veel lijkt op het oude Parkstadion in Gelsenkirchen, of het stadion in Augsburg. Je kan echter ook de gebaande paden nemen, je lekker nestelen in de sportkantine en na een biertje een rondje door het stadion maken.
Dat rondje is werkelijk terug in de tijd reizen. Afgezien van een vernieuwde hoofdtribune, wat betonrot op de staanplaatsen en wat onkruid, ligt het stadion er nog precies bij zoals een kleine 60 jaar geleden. Officieel zijn de onoverdekte staanplaatsen niet meer toegankelijk voor het publiek, aangezien de steunbeugels en de vakscheidingen ontbreken, maar ach… Dit is België en daar mag alles. Je zult daarnaast ook een prachtig plaatje zien waarbij een boom in de tribune is gemetseld. De boom is overigens ook heerlijk om even zittend tegenaan te leunen, je ogen even goed de kost te geven, tegelijkertijd aan de inwendige mens te denken en even weg te dromen hoe het stadion er uitverkocht uit zou zien. Waar grote dromen, waanzin en verval allemaal niet toe in staat zijn.

Foto’s

Copyright 2003 - 2018 by Martijn Mureau, all rights reserved. For use of this website, please refer to the pro-claimer