Op stap in Mysore

Mysore

Het is zaterdag. Je eerste werkweek, met wat slaapgebrek, zit erop en je kunt lekker relaxen. Van sommige collega`s kreeg ik te horen dat de stad Mysore het bezoeken waard was. Aangezien Mysore op slechts enkele uren rijden van Bangalore ligt, besloten Sumeet en ik een bezoekje aan Mysore te brengen. Even lekker de toerist uithangen, maar daarvoor moest ik wel vroeg uit bed. Om 0700u toog ik, via het appartement van Sumeet, richting de Stad der Paleizen.

Na Sumeet opgepikt te hebben togen we richting de nieuw aangelegde snelweg ten zuiden van Bangalore. Probleempje was echter dat de nieuw aangelegde snelweg nog geen op- en afritten had. Dus moesten we met een Tata Indica (automerk) door een hobbelige en stoffige zandbak van een kilometer rijden om bij het begin van de snelweg te komen. Daarna togen we met een lekkere snelheid richting Mysore. Omdat de snelweg na een kleine 40 kilometer ophield, moesten we de binnendoorweggetjes nemen, maar dat deerde ons niet. Met een korte tussenstop bij een coffee corner, arriveerden we een kleine 3 uur later in Mysore.

Ik moet eerlijk bekennen dat Mysore wel iets heeft. De hectiek van het Indiase verkeer tref je hier natuurlijk ook aan, maar Mysore heeft breed opgezette straten, doet groen aan en heeft door haar paleizen een sprookjesachtige uitstraling. Het ontstaan van Mysore kun je ook als een sprookje zien. Heel lang geleden was er eens een demon, die luisterde naar de naam Mahisuru. Op deze plek versloeg de godin Chamundi de demon Mahishasura. Als je naar de naam Mahisuru kijkt, kun je veel overeenkomsten met Mysore zien. De stad werd rond 1400 belangrijk toen de Wodeyars Dynastie zich in de omgeving vestigde. Rond 1600 riep Mysore de onafhankelijkheid uit en tot 1947 regeerde de Wodeyars dynastie Mysore. De Wodeyars zetelden in het Maharadja Paleis (ook wel Mysore Palace genoemd), dus besloten Sumeet en ik om dat paleis met een bezoekje te vereren.

Op zijn Mr. Ramesh (dat betekent flink doorrijden en links en rechts inhalen) kwamen we bij het paleis aan. Na het entreegeld te hebben betaald, besloten we het paleis van de buitenkant te bekijken. Het ding ziet er mooi uit en de omliggende tuinen en tempeltjes zijn ook OK. Na wat foto`s te hebben geschoten, de camera te hebben afgegeven (je mag binnen geen foto`s maken) en de schoenen te hebben afgegeven (je mag er alleen op blote voeten naar binnen), bezochten we het paleis zelf.
De dingen die we zagen waar leuk om te zien; Een hoop schilderijen, spiegels en pracht en praal, in een Hermitage achtige-sfeer. Ook verbaasden we ons over de verschillende glaskleuren en de verschillende kamers. Een kamer heeft een dak van glas, wat prachtige effecten geeft wanneer de zon er doorheen schijnt. Een andere kamer had echt een sprookjesachtige uitstraling, met prachtige kleuren en diende waarschijnlijk als een ontvangsthal. Aangezien ik verder niet echt warm of koud werd van het paleis en de looptour al na 30 minuten voorbij was, reden we naar Chamundi Hill.

Chamundi Hill is een bergje van 1100 meter hoogte, vanwaar je een prachtig uitzicht over Mysore hebt. Op diezelfde heuvel is een pelgrimsoord, waarbij de tempel Sri Chamundeswari Tempel de belangrijkste plek is. Je kunt de tempel bereiken door een flinke klim met de aanwezig trappen (goed voor de karmaboost), of via de normale weg. Aangezien ik de karmaboosting wel geloofde, ben ik maar lekker per auto naar de top gegaan.
Op de top aangekomen en onze schoenen hadden ingeleverd (tempels mogen alleen op sokken op blootsvoets worden betreden), doken we de tempel in waar mensen diverse offers konden brengen aan een Hindoe god. Sumeet en ik liepen het binnenste van de tempel in, keken wat rond en liepen weer naar buiten. Sumeet, vanuit zijn geloof een Hindoe, wilde echter opnieuw de tempel in om een offer aan de betreffende god te brengen. Ik was wel benieuwd wat dat was en ik ben met hem meegegaan. Het offer bestond uit het wegleggen van wat geld voor de god, waarbij een priester een gebed naar je mormelde en waarbij je een gebed mocht doen voor een heilige vlam. Als het gebed echter te lang duurde werd je door een bewaker in de tempel weggeduwd. Aangezien ik niet een fan ben van geld offeren en ik het wegduwen van mensen die te lang een gebed doen, heb ik het `offer` maar kort gehouden. Na afloop liepen Sumeet en ik het binnenste van de tempel uit en kwamen we een Hindoe priester (Brahman) tegen. Aangezien ik graag een foto van de omloop om de tempel wilde maken, vroeg ik aan de betreffende Brahman of dit mocht. Geen enkel probleem, dus begin ik te schieten nadat ik de betreffende priester had bedankt. Toen ik klaar was, wilde ik me omdraaien om de betreffende priester te bedanken. De priester stond echter achter me en voor ik wist had ik een oranje stip op mijn voorhoofd te pakken en zei de betreffende priester iets. Sumeet vertaalde het door te zeggen dat hij me een lang en gelukkig leefde toewenste, waarbij ik de Brahman mijn respect betuigde voor deze wens.
Na het bezoek aan de tempel zijn Sumeet en ik naar beneden gelopen en hebben we wat gepraat over het Hindoe geloof en de invloed die het heeft op de Indiase maatschappij. Na ongeveer eenderde van de afdaling vanaf de berg kwamen we een 5 meter hoge Nandi (het rijdier van de Hindoe god Shiva) tegen, waar we even wat dronken en van het prachtige uitzicht genoten. We vervolgden onze weg naar beneden, waar Mr. Ramesh op ons wachtte en vervolgens reden naar het plaatsje Srirangapatnam.

Srirangapatnam is een oude militaire stad en de hoofdstad van de Sultan Tipu. Deze sultan is vooral bekend door de verschillende gevechten en overwinningen die hij op de Britten behaalde tijdens de Britse kolonisatie van India. Srirangapatnam ligt op een eiland en de overblijfselen van het fort zijn vanaf de weg indrukwekkend te noemen. We lieten deze stad echter achter ons en besloten Gumbaz te bezoeken, waar Sultan Tipu en zijn vader Hyder Ali liggen begraven.
Toen we Gumbaz betraden, keek ik erg verbaasd. In een Taj Mahal-achtige sfeer ligt de tombe van deze sultan. De verbazing werd groter toen bleek dat er een moskee in het complex lag. Na de schoenen uitgetrokken te hebben, wat gepraat te hebben en wat rondgekeken te hebben, zetten we ons in de tuinen en genoten van de rust en de mensen om ons heen. Enkele kilometers verderop lag ook nog het Daria Daulat Bagh, dat het buitenverblijf van Sultan Tipu was. Ook daar gingen we heen en de tuinen en het stokoude gebouw waren prachtig om te zien.

Na de nodige relaxtime, togen Sumeet en ik terug naar Mysore, waar we een waterpark bezochten. In een Efteling-achtige sfeer keken we naar diverse waterspuitkunsten, maar moesten we ons veelal murmelen door het publiek. Aangezien het aantal mensen niet leuk was, het al snel donker werd en de rit naar Bangalore nog flink wat tijd in beslag zou gaan nemen, togen we naar de ingang om wat te drinken. Een klein half uurtje daarna zochten we Mr. Ramesh op om terug naar Bangalore te karren.
Onderweg naar de auto werden we aangeschoten door een meid van 8 jaar die wat geld voor school wilde hebben. De afgelopen dagen heb ik vaak meegemaakt dat ik door bedelaars ben aangeschoten voor wat geld. Wanneer je bedelaars wat geld geeft, dan heb je er zo 20 om je heen staan en heb je een groot probleem. Hoe hard het ook klinkt, negeren is het credo en je moet gewoon doorlopen of verdergaan met hetgeen waar je mee bezig was. Meestal lopen de bedelaars een vijftigtal meter achter je aan, maar geven ze het op wanneer je jezelf ervoor afschermt. Het betreffende meisje was echter vastberaden en liep de volle halve kilometer mekkerend achter ons aan. Zelfs toen we instapten bleef het meisje doorgaan en tikte ze flink op de ramen. Toen duidelijk werd dat we echt niets wilde geven, werd ze flink kwaad en begon ze flink te tieren en te schelden. We hebben haar maar gelaten en zijn naar Bangalore gereden om de dag af te sluiten.

Toch ben ik redelijk verbaasd van mezelf met het gemak waarmee ik bedelaars kan negeren. Mijn eerste echte confrontatie met een bedelaar was in Moskou, die ik spontaan al het kleingeld gaf. In China waren er ook flink wat bedelaars en vond ik hun situatie ook erg, maar kon ik er wat meer afstand van nemen. Nu lijkt het alsof het me niets meer doet. Het lijkt alsof het erbij hoort en alsof ik ben afgestompt op dit gebied. Wanneer een bedelaar naar me toekomt creëer ik -misschien wel op een haast onmenselijke manier- een afstand tussen mij en de betreffende persoon en negeer ik de persoon en bestaat hij/zij op dat moment niet voor me. Wanneer ik zo bij mezelf te rade ga, schrik ik van deze reactie en van mijn onverschilligheid. Het zijn immers wel mensen waarmee je te maken hebt, die in erbarmelijke omstandigheden leven. Maar goed, ik kan niet de gehele wereld verbeteren en zoals Sumeet het op de terugweg terecht aangaf, zijn er genoeg open banen in India waarmee mensen geld kunnen verdienen om mee rond te komen.

Vandaag kreeg ik trouwens een aangename verrassing toen de telefoon op mijn hotelkamer overging. Aan de andere kant van de lijn was een collega uit Nederland, die in hetzelfde hotel verbleef en de komende twee weken ook wat activiteiten in India moet volbrengen. We spraken af om een halfuurtje nadien een lekkere kop cappuccino te pakken bij Corner House Coffee. Na een kleine kilometer gewandeld te hebben, zetten we ons neer, praatten we bij en verkenden we de wijk Koramangala.
Aangezien het vandaag Lohri is (een Hindoestaans feest dat de koudste dag van het jaar symboliseert), waren de hoofdstraten versierd met rood-gele vlaggen en schalde er Hindoestaanse muziek uit de luidspeakers. Morgen is het Makar Sakranti, waarbij de Hindoes vieren dat de Hindoestaanse god Makar Sakranti terug naar het noorden keert. Het feest schijnt uitbundig door heel India gevierd te worden, dus ik ben benieuwd wat het morgen gaat worden.

Aangezien het hier nu na zessen is, ik nog wat voor het werk moet doen en rond de klok van 8 met de Nederlandse collega ga eten, kap ik met deze log. Je kan onder het kopje `fotoverslag` trouwens wat foto`s bekijken. Veel plezier en een fijne zondag verder!

Copyright 2003 - 2019 by Martijn Mureau, all rights reserved. For use of this website, please refer to the pro-claimer