Shigatse: Een slaapverwekkende stad

Tibet, Shigatshe

Zo, na een dagje verbleven te hebben in de saaie stad Shigatse, leek het me weer eens tijd voor een update. Wat mij betreft hadden we Shigatse over kunnen slaan. De stad bestaat uit een klooster en een zooi huizen en daarmee is alles gezegd. Mocht je Shigatse bezoeken, dan zijn het klooster, de Kora, de Tibetaanse markt en de mensen de enige hoogtepunten, je kunt alles letterlijk in 6 uur zien.

Gisterenavond heb ik met Els de zogenaamde Kora rondom het Tashilhunpo Klooster gelopen. Tijdens deze wandeltocht merkte ik dat de hoogte van 4000 meter mij nog flink parten speelt. Na een kilometertje een steile helling beklommen te hebben, was ik helemaal buiten adem. Gelukkig waren de resterende 3 kilometers licht hellend, vlak en dalend, dus zoveel last had ik niet meer van dat hele gebeuren. In een recordtempo hebben we de Kora gelopen, waarna we uiteindelijk een uitzicht hadden op het Shigatse Dzong. Het fort is niet meer dan een ruïne en van een afstand leek het niet de moeite om het te bezoeken. Els en ik haasten ons vervolgens terug naar het hotel, want we hadden afgesproken om met een paar mensen van onze groep te gaan dineren. Dat hebben we uiteindelijk in een goed restaurant tegen het oude Tibetaanse gedeelte gedaan. Tegen 2200u vond ik het wel welletjes en ben ik mijn bedje ingedoken.

In de Lonely Planet las ik overigens dat Shigatse bekend staat om haar straathonden. ’s Avonds en ’s nachts schijnen de honden nogal voor veel geluidsoverlast te zorgen. Gelukkig niets van dat, maar… Je kan Shigatse meer de stad van de vliegen noemen, man… wat zijn er veel van die krengen. Vanochtend tijdens mijn ontbijt heb ik meer met mijn handen de vliegen moeten wegwaaien, dan dat ik kon eten.

Na een toch wel overheerlijk ontbijt (cornflakes en boterhammen) zijn Karin, Michel en ik naar het Tashilhunpo Klooster gegaan. Het is een indrukwekkend kloostercomplex, waarin je letterlijk uren kunt verdwalen. Het Tashilhunpo Klooster is het grootste actiefste klooster in Tibet en dat kun je wel zien aan het hele gebied waar het klooster zich bevindt. Het complex bestaat uit een wirwar van straatjes, waaraan huizen, tempels en zalen gebouwd zijn. Na 2 uur mezelf aan de pracht en praal van het klooster vergaapt te hebben vond ik het welletjes en ben ik terug naar het hotel gegaan.

Ik weet trouwens niet wat ik van dat hotel moet denken. De bedden zijn OK, de muren zijn wat afgebrokkeld en we hebben alleen maar ijskoud water om te douchen. Maar goed, tot nu toe bevalt Tibet en haar autochtone bevolking mij prima. Tibet is een prachtig land, waar je je steeds aan het landschap blijft verbazen. De Tibetanen zijn stuk voor stuk hele aardige en nieuwsgierige mensen, die werkelijk geen vlieg kwaad doen.

Zo dadelijk ga ik mijn groundhoppinglijstje weer eens uitbreiden en ga ik mijn tas pakken voor de bustocht morgen. Waar we naar toe gaan? Ik weet het eerlijk gezegd te zien echt niet 😉

Copyright 2003 - 2019 by Martijn Mureau, all rights reserved. For use of this website, please refer to the pro-claimer